Ik heb je mijn beste gegeven

Het is windstil. De oceaan is vlak. Zo vlak. Waar ik ook kijk, ik zie niets. Geen land. Geen eiland. Zelfs geen rotsblok om mijn koers op te richten. Onder de boot hoor ik het water klotsen. In een rustgevend ritme. We drijven op de golven. Jij en ik. Overgeleverd aan de wind die nog steeds niet komt. Of misschien toch wel. Ik weet het niet. Ik heb geen diesel meer. Mijn voedselvoorraden zijn op. Er is niets meer over. Ik ben stuurloos. Machteloos. Overgeleverd aan de elementen van de natuur zelf. Wat is mijn leven waard geweest, als ik vanavond dood zou gaan?

In mijn gedachten reis ik terug in de tijd. Naar de geboorte van mijn droom. Mijn Grote Droom. Vijftien jaar geleden. Mijn grote liefde is altijd het water geweest. De deining. Het getijde. De zee. De rust. De beweging. De mysterieuze aansturing door de maan. Ik wilde mijn innerlijke oceaan oversteken. Zeilend. Spelend met de wind. Het water. De zon. De regen. De elementen. Mijn diepste emoties bevarend.  Ik wilde leren koers te houden, richting te bepalen, te blijven staan. Ook als de golven spannend werden. Ook als de stormen van het leven opstaken. Het maakte me opgetogen. Dat avontuur. Dat vooruitzicht. Dat vertrouwen leren krijgen in je eigen kunnen. Dat diepe geloof dat het zou gaan lukken. Met een focus op de andere wereld. Daar aan de overkant. Het paradijs dat achter de horizon verscholen lag. Een wereld waarin mensen elkaar helpen om groots te zijn. Een wereld die niet meer gebaseerd is op ellebogen werk, meer, groter en beter, maar op balans. Evenwicht. Respect. Samen vrij durven zijn. Niet meer leven vanuit onrust en stress. Maar gewoon jezelf zijn vanuit rust en vertrouwen.

Voorbereiding

Ik dacht dat ik me goed op de oversteek had voorbereid. Mijn vaartuig was uitgerust met de beste materialen. De voorraadkasten waren volgestouwd met voeding voor een heel seizoen. De tank gevuld met diesel voor honderden kilometers. Warme en droge kleren. Pleisters. Medicijnen. Gereedschap voor als dingen fout zouden gaan. Verbinding met mensen die een voorbeeld leken. Die de tocht al eerder maakten. Dromen gerealiseerd hadden. Ik geloof in samen groots durven zijn. Samen en tegelijkertijd eigen verantwoordelijkheid nemen voor je leven. Afkijken bij elkaar zonder elkaar klein te maken. Ik geloof in overvloed. Voor iedereen. Ik geloof in geven. In goedheid. In wederkerigheid.

Teloorgang

Maar niet iedereen denkt op die manier. Kwam ik achter. Dat werd uiteindelijk mijn teloorgang. Mijn goedgelovigheid, misschien wel naïviteit, kostte me al mijn kruim. Mensen wilden meedoen. Helpen. In ruil voor voeding. Olie. Mijn laatste reserves. Ik gaf alles wat ik had. In de hoop de oversteek te kunnen voltooien. In een wereld, die niet de mijne was, wilde ik mijn levensdroom realiseren: te laten zien hoe gelukkig je wordt als je het roer van je eigen leven grijpt. Je eigen koers durft te bepalen. Mee durft te bewegen op de deining van het leven. Vanuit je eigen innerlijke kracht. Maar toen was het op. Mijn basis was uitgehold. Geen olie, voeding of reserves meer. Niks. Nada. Noppes. Leeg. Mijn getalenteerde schip verwerd een stuurloos vlot. Een speelbal van de elementen en de onderstroom. Overgeleverd aan de krachten van de natuur zelf. Maar ik ben wel tot de kern gekomen!

13 manen heeft me ongelooflijk veel gebracht. Ik ben er trots op, dat ik het gedurfd heb om een nieuwe methode in de wereld te brengen. Dat ik heb doorgezet. Ondanks alle tegenslag. Dat ik zover ben gekomen! Ik ben ongelooflijk dankbaar dat ik honderden vrouwen een leidraad heb kunnen bieden. Waarmee ook zij hun innerlijke water op kunnen gaan.

Vandaag, zo midden op het oneindige water, stel ik me voor hoe ik zelf, als 85-jarige wijze vrouw, aan het einde van mijn leven sta. Ik zie mezelf zitten. Op een schommelstoel. Midden op het dek. Een kleinkind klimt bij me op schoot. Het kijkt me opgetogen aan. Wat is het water schitterend. Wat een vrijheid. Elke druppel is als een zoute parel die je hart verblijdt. Het kind heeft een emmertje in haar hand. Gevuld met zuivere oceaan. Het klapt in haar handjes. Spettert met het water. Kraait van plezier. Oma, zegt het, vertel eens, waarom heeft het water jouw leven zo leuk gemaakt?

Ik besef dat het kind onwetend is over mijn situatie nu. Ik realiseer me, dat het er niet toe doet, wat je hebt. Hoeveel spullen je om je heen vergaard hebt. Aan het einde van je leven, is er maar één ding dat echt belangrijk is.

Durf je écht voor je droom te gaan?

Durf je ook te falen?

Dat kan ik nu volmondig met JA beantwoorden. Ik heb het gedurfd om voor mijn droom te gaan mét het risico om te falen. Nu laat ik de controle los. Deze winter geef ik me over aan krachten die groter zijn dan ik. De zon, de wind, de maan, de sterren. De zee. De stroming. Het land eronder. Het leven zelf. Het klimaat verandert. Hier op aarde. Tussen mensen onderling. Het leven is méér dan ik.

Ik  hoop dat de wind weer aantrekt. Dat de goden me nog één laatste keer gunstig gesteld willen zijn.

Ga ervoor

Maar als dat niet zo is, dan hoop ik, lieve kleinkind, dat je je oma voor altijd zult herinneren als de vrouw die het lef heeft gehad om er helemaal voor te gaan. Risico te lopen. In vol vertrouwen haar controle aan de bron zelf heeft gegeven. De kans heeft aangegrepen om de verliezer te durven zijn. De omega in haar omarmde. Dat wat niemand wil. Dat wat daarom ook bijna niemand doet. Ik heb het gedaan. In volle overgave. In vol vertrouwen. Ongeacht de uitkomst ervan. Het voelt heerlijk. Vrij.

Ik hoop, lieve kleinkind, dat ook jij je beste leven creëert. Dat je er helemaal voor gaat. Het doet er niet toe wat anderen van je vinden. Het maakt niet uit of het lukt of niet. Ga ervoor. Ga voor je droomleven. Maak het verlangen naar je droom groter dan je angst om te falen. Je bent het risico waard.

Focus en vertrouwen

Ik hoop ook dat er vele vrouwen na mij komen, die er net als ik, voor willen gaan. Ongeacht de gevaren. Ik hoop dat ook jij jouw oceaan durft over te steken. Vandaag. Morgen. Volgende week. Over vijf jaar. Dat je op de deining van je emoties durft te bewegen. Dat je durft te vallen en weer op te staan. Dat je blijft geloven in jezelf, je eigen kunnen en de mensen om je heen. Ik hoop dat je koers blijft houden op jouw nieuwe wereld. Jouw paradijs. Ik hoop vanuit de grond van mijn hart dat je haar bereikt. Want de wereld heeft vrouwen nodig die een rots in de branding durven zijn in deze woelige tijden.

Misschien ga ik deze winter kopje onder. Trekt de wind niet echt meer aan. Leg ik me te rusten op de landen onder de zee. Maar ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is. Dat iemand in de nabije toekomst het kan. Ik geloof dat jouw paradijs hier op aarde te vinden is en dat 13 manen je natuurlijke kompas kunnen zijn. Ik heb het mijn leven lang zo gedroomd. En ik weet: als je het kunt dromen, dan kun je het ook waarmaken. Het enige échte risico dat je in je leven loopt is tijd.

Ik ben dankbaar dat ik je mijn beste gegeven heb.

Het is het waard.

Nu jij.

 

PS: dit verhaal is mijn jaarlijkse Eistedfodd verhaal. Eistedfodd is een eeuwenoud Keltisch ritueel waarin je jaarlijks je persoonlijke heldenreis vertelt. De horde die je tegenkwam en overwon. Het is geschreven tijdens de twaalfde vollemaan van het jaar 2018: De Heuvel van de Barden. Laat je weten wat je ervan vindt? Zo kan ik nog betere verhalen schrijven waar jij nog meer aan hebt.